Omleiding
Gisteren was ik 17,5 jaar in dienst als Hoofdconducteur bij NS. Laten we dat vieren met een column waarin diverse aspecten van mijn beroep naar voren komen!
Omleiding
Het is een winterse donderdag en ik ben onderweg met een Intercity van Zwolle naar Schiphol. In Almere wisselt de machinist; de Friese collega stapt af en twee Hoofddorpse collega’s stappen op, waarvan er een in opleiding is. Ik praat nog wat met de collega uit Leeuwarden, wanneer we de stationsomroep horen melden dat er een verstoring is tussen Weesp en Amsterdam Zuid. Ik loop nog snel even de cabine van de ICM die we bij ons hebben binnen om dat te melden aan de opstappende collega’s, zodat ze in ieder geval op de hoogte zijn.
‘Oh, dat komt vast goed,’ krijg ik terug.
Waarna ik de trein op tijd laat vertrekken.
De rit verloopt verder soepel tot aan Weesp. Daar moeten we heel even inhouden, waarna de snelheid er weer volop terug in komt. Maar niet lang daarna rijden we bij de aansluiting bij Gaasperdammerweg over de snelweg A9, wanneer de machinist me via de portofoon oproept.
‘HC, we worden door die wisselstoring omgeleid via Amsterdam Centraal. Daar maken we waarschijnlijk een stop en dan gaan we door naar Schiphol.’
Hm, interessant. Ik besluit dat meteen om te roepen voor de reizigers, want die gaan het al snel merken dat we een andere route rijden dan normaal. Dus terwijl we rechtdoor rijden richting Diemen in plaats van dat we links afslaan richting Diemen Zuid vertel ik via de omroep dat we door een wisselstoring omgeleid worden via Amsterdam Centraal, dat we vandaag niet zullen stoppen op Amsterdam Zuid en dat zodra ik meer weet, ik bij de reizigers terugkom.
De tussenstop op Amsterdam Centraal wordt intussen bevestigd via de app met informatie die we hebben. En dus roep ik bij binnenkomst van Centraal om dat reizigers naar Amsterdam Zuid kunnen kiezen om gebruik te maken van de Noord-Zuidlijn van de metro op eigen kosten of dat ze zonder meerkosten kunnen blijven zitten en via Schiphol kunnen reizen. Bij aankomst op Amsterdam Centraal stappen er de nodige reizigers uit. En opvallend genoeg stappen er toch ook weer een flink aantal reizigers in onze trein die als ‘extra trein’ naar Schiphol wordt aangekondigd.
Een omgeleide trein wordt tussen de overige treinen gestopt in een rijpad dat gebruik maakt van de ruimte tussen de geplande treinen. En dus hobbelen we overal achteraan. Zo vertrekken we vijf minuten later dan de toegestuurde vertrektijd uit Amsterdam Centraal. We zitten achter een van de Airport sprinters en dus kan ik uitrekenen dat we om 18.43 uur aan zullen komen op Schiphol, 13 minuten later dan de geplande aankomsttijd. En dus roep ik ook dat om, zodat de reizigers weten waar ze aan toe zijn. Er komt net voor Schiphol nog een minuutje bij, waarna de trein op Schiphol leegloopt. Reizigers voor Schiphol naar boven om naar het vliegveld of een bus te lopen. Reizigers voor Amsterdam Zuid naar boven om de trein naar Zuid te halen. En de reizigers richting Leiden naar de overkant van het perron. Ik controleer ondertussen of er geen reizigers meer in de trein zitten en sta een enkele reiziger op het perron te woord. Intussen controleert de machinist het voorste stel op achterblijvers, waarna ik de deuren vergrendel.
‘Ik ben blij dat je op Almere gewoon op tijd vertrok,’ zegt de machinist zodra we op Hoofddorp opstelterrein de trein verlaten. ‘Het was mijn laatste trein, ik kan lekker naar huis. Dan zijn we tenminste onderweg. En een kwartier bijleggen valt uiteindelijk wel mee.’ We nemen afscheid en ik ga meteen door naar mijn volgende trein.
Met een kleine omleiding zijn we toch op onze eindbestemming terecht gekomen. En de reizigers waar ze wilden zijn. Ondanks de wisselstoring verliep het eigenlijk allemaal heel soepel. Dat is ook wel eens leuk!

Teamwork
Het is diezelfde donderdagavond en er staat nog één rit op het programma aan het einde van de dienst; de laatste Intercity van de dag van Schiphol via Amsterdam Zuid, Almere Centrum en Lelystad naar Zwolle. Ik krijg een Zwolse collega mee als tweede man en er gaat nog een Lelystadse collega mee tot aan Lelystad als extra. We maken afspraken over het hoe of wat van deze rit terwijl we wegrijden vanaf het opstelterrein in Hoofddorp richting Schiphol, waar we de reizigers oppikken.
‘En we moeten die tas straks nog afgeven in Almere,’ wijst de Zwolse collega me op een tas die onze Zwolse machinist bij zich in de cabine heeft staan. Eerder op de dag viel er een trein uit door de wisselstoring bij Duivendrecht, waarna een reiziger haar tas in de trein heeft laten staan bij het uitstappen. De machinist heeft al contact met haar gehad en ze zal de tas straks in Almere weer bij ons op komen halen. Stukje extra service.
We komen ruim op tijd voor vertrek aan op Schiphol, dus ik wandel naar de voorkant van de trein om even om te roepen voor vertrek waar we naartoe gaan en nog snel wat met de machinist te kletsen, terwijl de reizigers instappen en een plekje zoeken in de trein. Na vertrek begin ik met controleren, terwijl de Zwolse collega me tegemoet komt en de Lelystadse collega aan de achterkant van de trein begint. Al snel hebben we iedereen gecontroleerd en nemen we plaats in de eerste klas.
Even later komen we aan op Amsterdam Zuid, waar we planmatig een aantal minuten staan. Terwijl ik uitstap, hoor ik de machinist via de portofoon oproepen:
‘Jongens, hier vooraan hebben er twee mot met elkaar, ik denk dat je beter even kunt komen kijken.’
Wat we vervolgens doen. Maar zodra ik vooraan de trein ben en naar binnen kijk, is alles rustig. Dus wandel ik de cabine van de machinist in om te vragen naar een signalement. Ik herinner me daar zo niks van te hebben gezien, maar beloof even te gaan kijken. En dus stap ik de trein uit, waar de collega’s inmiddels wel in de gaten hebben om wie het gaat.
‘Daar loopt ‘ie,’ wijst de Zwolse collega hem aan; een knul die verderop op het perron van de ene persoon naar de andere persoon zwabbert en ogenschijnlijk aan het bedelen slaat. Ik besluit er voor de zekerheid van wat dichterbij naar te kijken, maar merk ook dat er wat reizigers naar mijn collega’s lopen. En dus loop ik naar ze terug om de informatie mee te krijgen. Maar ze komen voor iets heel anders; er blijkt een aanrijding te zijn bij Almere. Dat is voor mij op dit moment van later zorg, ik wandel richting de knul die inmiddels bij alweer andere reizigers staat.
Ik stap op hem af en duw hem zachtjes bij de reizigers die hij overduidelijk lastigvalt weg, in de richting van een paal van de overkapping. Hij wandelt mee, maar kan duidelijk niet recht op zijn benen blijven staan. Ik vraag hem of hij Nederlands spreekt, waar een brabbelend antwoord in het Engels op terugkomt. Zodra de collega’s erbij komen, wil hij aan de wandel, wat hem niet gaat lukken door de staat waarin hij verkeert. Hij stevent recht op het spoor af om er zonder dat hij er erg in heeft in te kukelen. En dus begeleiden we hem om dat te voorkomen naar een bankje dat vijf meter verderop staat. Ik ga naast hem zitten en stel wat vragen, terwijl ik mijn telefoon aan mijn oor heb om de Meldkamer in te lichten. Maar daar is het duidelijk ook spitsuur, dus het duurt nogal voor ik een centralist aan de lijn heb. Ik krijg uit de knul dat hij Maurice heet. En daarna stokt de informatie. Zijn omschrijving is voldoende om te horen te krijgen van de centralist dat hij eerder al voor problemen heeft gezorgd bij de Kiosk. Ze zullen de politie aansturen. Maar intussen zitten we wel met hem opgescheept. Hij wordt verbaal vervelend en roept diverse keren “Fuck off“. Dat is op zich nog geen ramp, wel dat hij blijft proberen om op te staan en weg te komen. Dat zien we geen van allen goed komen; hij is niet alleen een gevaar voor anderen, maar ook heel erg voor zichzelf.
De collega’s conducteur gaan de reizigers in de trein inlichten, de machinist heeft inmiddels de treindienstleider geïnformeerd dat we nog niet weg kunnen en wisselt de collega’s af, zodat ik niet alleen met de knul zit. Omdat die blijft proberen op te staan, klem ik voor zijn eigen veiligheid mijn arm om de zijne. Ik zit links van hem en dus kan hij nu niks meer met zijn linkerarm. Met rechts echter wel, dus blijft de machinist voor hem staan en drukt hij de knul steeds terug wanneer hij het toch weer probeert om op te staan. Maar hij blijft verbaal agressief, blijft met zijn rechterarm zwaaien en naar de machinist wijzen. Ik blijf hem met zijn voornaam aanspreken, waar hij de ene keer wat meer op reageert dan de andere. Het haalt alleen niet heel veel uit. En dan duurt wachten op de politie lang… Zeker als hij ook nog op de persoonlijke toer probeert te gaan met dreigementen aan ons adres en op een bepaald moment voor zich op de grond tuft.
‘Pas op dat ‘ie niet uithaalt,’ waarschuwt de machinist me. Maar ik heb op de een of andere manier het idee dat de knul me daarvoor dan net weer iets te veel mag…
Na 20 minuten verschijnen er 4 agenten op het perron. De knul blijft ook dan proberen om op te staan, de ene agent wisselt met mijn machinist en duwt hem voor de verandering weer terug naar de bank. De agent weet zijn ID-kaart tevoorschijn te halen, waarna de 4 agenten hem van ons overnemen. Hij blijkt niet ver bij mij en de machinist vandaan te wonen.
‘Maar ik ga hem echt niet thuisbrengen,’ lach ik naar de agenten.
‘Jammer, dat was voor ons de kortste oplossing!’ lacht de ene agente terug.
We laten ze met de zwaar beschonken knul die waarschijnlijk ook nog wel onder invloed is van andere stoffen achter.
Op naar de volgende uitdaging; die aanrijding. Ik ben intussen bijgestuurd door de bijsturing, de machinist ook, de borden geven ook aan dat we tot Almere rijden en toch lijkt me dat geen goed idee. Dan belt de regievoerder me; of ik nog voor de klanten om wil roepen wat er gaat gebeuren, want er is inmiddels al iets anders besloten. Ik sluit nog even kort dat we vanaf hier worden omgeleid via Amersfoort naar Zwolle, wat ze bevestigt. De klanten kunnen met de Sprinter naar Almere, er zullen bussen gaan rijden tussen Almere en Lelystad. Intussen loop ik met de machinist mee de cabine in, de ene collega staat reizigers op het perron te woord, de andere loopt door de trein. De machinist vraagt aan de treindienstleider toestemming om te vertrekken en meteen waarlangs we worden geleid, zodat we allemaal weten wat er gaat gebeuren. Er wordt bevestigd dat we via Amersfoort zullen rijden. Mijn machinist controleert voor de zekerheid nog even of hij daar allemaal mag komen zodra de treindienstleider vraagt of hij op de omleidingsroute wegbekendheid heeft. Dat blijkt wel snor te zitten. En dus roep ik nog een keer in het Nederlands en Engels om dat we rechtstreeks naar Zwolle zullen rijden en niet stoppen in Almere en Lelystad, dat reizigers daarvoor nu nog kunnen overstappen op de Sprinter die achter ons aan komt. Waarna we met 26 minuten vertraging kunnen vertrekken.
Nadat ik heb gecheckt of mijn collega’s allemaal oké zijn na deze vreemde situatie, zegt de machinist ineens:
‘Maar nu komen we natuurlijk niet langs Almere om die tas af te geven…’
Ohja, die tas.
‘Wil jij die vrouw bellen en dat in het Engels uitleggen?’ vraagt hij me. Prima.
De dame neemt op en ik leg uit dat we door een incident niet meer in Almere komen vandaag, dat we de tas meenemen naar Zwolle en dat ze die daar morgen af kan komen halen. Ze reageert begripvol en herhaalt wat ik zeg. Ik merk een Duits accent op en dan vraag ik, zonder erbij na te denken, of ze Duits spreekt. Waarna ik hardop lachend bedenk en zeg dat ik naar een Duits telefoonnummer bel… En dus gaat de rest van het gesprek in het Duits. Ze weet waar ze morgen moet zijn en hoe ze er moet komen, waarna ze me bedankt en we het gesprek beëindigen. Ook weer geregeld.
‘Mike, ik heb een inventarisatie gemaakt van wie waarheen moet,’ komt de Zwolse collega vervolgens melden. Want we hebben niet alleen nog reizigers in de trein zitten die naar Zwolle moeten, maar ook nog klanten die verder moeten reizen en hun laatste aansluiting gaan missen. En iemand die naar Almere moet…
‘Die was verkeerd ingestapt op het laatste moment…’
‘Moet ik daarvoor nog stoppen op Diemen Zuid?’ vraagt de machinist. Dat scheelt de klant een hoop tijd en ons een taxi bellen. En dus zorgen we dat die ene klant middels een extra stopje op Diemen Zuid nog uit kan stappen, waar de Sprinter naar Almere niet lang op zich zal laten wachten.
Dan vertelt de collega me wie waarheen moet, ik noteer. Ik beloof hem de taxi’s te regelen. Voordat ik dat doe, lopen we nog een keer door de trein.
‘Het komt goed, hoor,’ hoor ik de collega achter me zeggen tegen een aantal reizigers, ‘ik heb hem aan het werk gezet. Hij gaat voor jullie bellen.’
De grappenmaker.
‘Alsof ik nog niks heb gedaan!’ lach ik zodra we op het balkon staan zonder iemand erbij.
‘Ik heb al die inventarisatie gemaakt!’ krijg ik lachend terug. We hebben er wel lol in.
Voor ik kan bellen, word ik door de meldkamer gebeld.
‘Hebben jullie gezien wat de politie met die gozer heeft gedaan?’ vraag ik uit automatisme aan de collega’s zodra ik de centraliste hoor, een standaardvraag die ze gaat stellen.
‘Ha nee, ik heb een keer terugkoppeling gekregen van de politie, dus ik denk: ik bel het meteen door!’ hoor ik de lachende centraliste zeggen. ‘Ze hebben hem zilveren armbandjes omgedaan en meegenomen om zijn roes uit te slapen.’
Duidelijk.
Dan bel ik de regievoerder om toestemming te krijgen die taxi’s te bestellen, wat achter de schermen door haar ingezet wordt op mijn verzoek.
De taxi’s zijn daarna snel geregeld, zeker als mijn collega de daarvoor benodigde gegevens intussen bij de reizigers heeft opgevraagd. Een naar Kampen Zuid, een naar Deventer en voor zes personen naar Haren en Groningen. Dan roept de machinist op:
‘Jongens, in Amersfoort gaan we combineren met een andere trein en dan samen door naar Zwolle.’
‘We komen naar je toe,’ geef ik hem terug. Dan kunnen we mooi nog even checken of iedereen een ritbevestiging heeft ontvangen voor de taxi, wat zo blijkt te zijn.
Snel combineren met de andere trein, waar twee Zwolse conductrices op blijken te zitten. En nog twee Zwolse collega’s die door een defecte trein in Den Bosch waren gestrand. De Lelystadse collega heeft inmiddels ook een taxi vanuit Zwolle naar Lelystad bevestigd gekregen en zo vertrekken we uit Amersfoort. We nemen plaats in de eerste klas, terwijl de twee conductrices hun trein nog even controleren en ik voor de tas met gevonden goed nog een officieel vindnummer aanmaak. Zodra dat allemaal gedaan is, kan ik uit de regelmodus komen. Kan ik even nadenken over de hele situatie. Kan de adrenaline zakken. En is er ook nog tijd om even lekker met z’n allen te ouwehoeren. Want daar heb ik onderhand echt wel even behoefte aan.
We komen in Zwolle aan, 35 minuten achter op schema. We lopen de trein leeg, zodat we zeker weten dat er niemand meer in zit. De Zwolse collega die met mij vanaf Schiphol kwam heeft beloofd de gevonden tas af te geven bij het gevonden goed onderweg naar zijn fiets. De Lelystadse collega wandelt richting de taxistandplaats, net als de reizigers voor wie we taxi’s hebben geregeld. En met de rest van de collega’s lopen we naar de parkeerplaats, om ook naar huis te kunnen.
Wat een rit. Maar met het hele team hebben we er wat van gemaakt. Dan blijkt hoe belangrijk teamwork is en hoe goed we onbewust op elkaar zijn ingespeeld.
Conducteur Mike
